In het sprookje van de arme schoenlapper wordt de betreffende voetzoolbekleder uit de brand geholpen door een fantasievolkje. Deze anonieme en geheel belangeloos werkende halve zolen (ha ha) zorgen 's nachts voor prachtig werk. Overdag wordt de schoenmaker rijk van de door de stille weldoeners afgeleverde topproducten. Vanzelfsprekend vergeet hij te vermelden wat de bron van zijn plotse succes is.
In de voorbije honderd jaar is er een spectaculaire verbetering van de gemiddelde levensverwachting bereikt. Van zo'n 45 jaar in 1920 is de levensverwachting gestegen naar nu ruim in de tachtig jaar. Ik verzin dit niet, Wiki het maar. Pasgeborenen hebben zelfs een levensverwachting van (gemiddeld!) rond de 100 jaar.
De oorzaken hiervoor zijn ingewikkeld en divers. Drinkwater, huisvesting, voeding - allemaal van invloed. Medicijnen, arbeidsbelasting, gezondere werkomgeving - allemaal best belangrijk.
Er zijn evenwel twee monsterzeges gehaald die alle voorgenoemde, best belangrijke, factoren gierend van de pret met een rotvaart rechts inhalen. Twee gebeurtenissen, die samen voor sensationele verbetering van de gemiddelde gezondheid en levensverwachting hebben gezorgd.
De eerste innovatie is ouder dan je denkt. En is de belangrijkste. En al het langst bekend. En alleen erkend door de échte experts. En door een verpleegster bedacht. En de kern van dit stukje. Dus die laten we even liggen.
In de tweede Wereldoorlog hadden de geallieerden, dankzij een laboratorium fuckupje van Alexander Fleming (nee, niet dei van James Bond, dat was Ian Fleming), de beschikking over antibiotica. De Brit Fleming ontdekte in 1928 per ongeluk de antibacteriële werking van penicilline. De As-mogelijkheden (de Duitsers, Italianen en Japanners dus) ontdekten dit niet. Geen fuckups bij de immer gründliche Duitsers. En daarom wonnen de Geallieerden. Simpel. Niks atoombom, niks economische grootmacht Amerika, niks Engelse Stiff Upper Lips; antibiotica zorgde ervoor dat de sterfte door wondcomplicaties onder licht- en matig gewonde soldaten bijna tot nul werd teruggebracht. En de soldaten opgepept terug aan de slag (ha ha) konden. Fleming in 1945 een Nobelprijs, onsterfelijk en zo, iedereen blij.
De andere ontdekking was er een door een vrouw. Eén of andere kerel, Louis Pasteur (ja, die van het pasteuriseren), had eind 18e eeuw ontdekt dat infecties door bacteriën veroorzaakt worden. De Nobelprijs werd in 1901, na Pasteur's dood, voor het eerst uitgereikt. Hij had er anders vást een gekregen.
De vrouw in kwestie voerde uitvoerend beleid in. Met de ontdekking van Pasteur in gedachten veranderde zij alle regels die tot dusver gebruikt werden in veldlazaretten en ziekenhuizen (of wat daarvoor door moest gaan). Net nadat ze 87 was geworden - ze stierf op haar 90e - werd ze, ondanks hevig verzet van de toenmalige Britse koning Georges de Derde (we gaan hier geen vrouwen lopen eren!) - geridderd. Nou ja, ze kreeg de Order Of Merit, de Orde van Verdienste.
Haar naam was Florence Nightingale en nu, 115 jaar na haar sterfdatum, begint ze al in de vergetelheid te raken. Ze heeft evenwel het leven van miljoenen mensen gered. Ze voerde in dat wondzwachtels verschoond werden - met schóne verbanden. Toe maar. Onder haar heerschappij werden lakens gewassen en niet uitgewisseld tussen verschillende patiënten.
En er werd gepoetst. Dat het een lieve lust was. Beddenpannen, vloeren, bedden, operatiekamers, instrumenten, dienstkleding; alles moest schoon. En niet af en toe, een beetje. Maar altijd. Elke dag opnieuw. Overal.
Terwijl ik dit schrijf, is mijn beeld al verschoven. Ik begon aan dit verhaal als een soort van inleiding om meer te vertellen over de kaboutertjes in het ziekenhuis, de stiekemerds die mijn werkomgeving schoon houden, die onopgemerkt gangen dweilen, kamer stoffen en prullenbakken legen.
Ik moet evenwel concluderen dat ik een arrogante en neerbuigende eikel ben, die pas nu, al schrijvend, zich realiseert dat de ramen schoon zijn. Dat ik altijd nieuwe handschoenen kan pakken - die er schijnbaar vanzelf gekomen zijn. Dat de instrumenten die ik gebruik op de Chirurgie niet alleen schoon, maar om te beginnen aanwezig zijn. En op de juiste plaats. Dat de medicijnen bijgevuld zijn, net als de verbandmaterialen. In schone kasten. Dat is nooit - maar dan ook echt nooit - gesteriliseerde materialen vind die over de datum zijn - jazeker, dat kán. Het gebeurt alleen niet.
De kaboutertjes, díe hebben daarvoor gezorgd. De kaboutertjes van inkoop, voorraadbeheer, inventarisatie, transport. De kaboutertjes van de MAD, zo heet bij ons de medewerkster die voor het bijvullen en bestellen zorgt. Tot mijn schaamte weet ik niet eens wat MAD betekent.
De medewerkers van de schoonmaakploegen zorgen voor méér survival dan ik. Als we precies hetzelfde ziekenhuis zouden runnen met enkel het weglaten van de mensen die voor de hygiëne-maatregelen zorgen - de mensen die ze uitvoeren dus - zou de sterfte aan complicaties binnen één jaar flink oplopen. De sterfte zou zelfs dermate sterk stijgen dat de Minister van Gezondheidszorg desnoods te voet vanuit Den Haag de tent zou komen sluiten.
De moraal van dit verhaal: kaboutertjes verdienen meer erkenning. Ik moest maar eens beter op ze gaan letten.